Aanleg zwemvijver met helofytenfilter (2)

In een paar afleveringen willen we de aanleg van een zwemvijver beschrijven bij een woning in de gemeente Westerveld in Drenthe. In dit 2e deel laten we het grondwerk de revue passeren.

De aanleg van een zwemvijver bestaat voor een groot deel uit graafwerkzaamheden. Met behulp van een kraan wordt in grove lijnen het gat van de vijver uitgegraven. Voor dit graafwerk hebben we een kraan nodig met voldoende reikwijdte, omdat hij vanaf de kant de vijver moet overspannen en daarbij ook voldoende diepte aan de vijver moet kunnen geven.
Een kraan die deze mogelijkheden kan bieden is dan ook altijd fors in afmeting en dat geeft in kleinere tuinen wel eens te weinig manoeuvreerruimte. Ook in deze tuin zorgde een bestaande groensingel voor deze beperking.

Het zwemgedeelte van de vijver krijgt een diepte van 145 cm, maar ook een gedeelte van 90 cm diep. Met de diepte van 140 cm kun je heel goed zwemmen zonder last te hebben van de bodem. Tegelijk is het ook een plezierige diepte om gewoon even rechtop te staan in de vijver.
Het helofyten gedeelte van de vijver wordt op ongeveer 80 cm diepte uitgegraven. De helofietplanten komen in 10 cm diep water te staan. Ze wortelen vervolgens tot een diepte van 50 cm. Dan blijft er onder in het filter nog een ruimte van 20 cm over voor het verzamelen en weer oppompen van het gezuiverde water.

Na het uitgraven met de kraan moet de vijver secuur bijgewerkt worden met de hand. De bochten worden vloeiend gemaakt en de randafwerking wordt ook voorbereid. Bij een zwemvijver vraagt in het bijzonder de bodem extra aandacht. Wanneer je later door het water waadt dan valt een onzorgvuldig afgewerkte bodem direct op. De bodem moet niet alleen vlak zijn, maar ook precies waterpas.
Ook worden details, zoals een trap om de vijver gemakkelijk in en uit te stappen, zorgvuldig met de hand in model gebracht.
De 'overloop' van de zwemvijver gedeelte naar het filter gedeelte moet ook zorgvuldig aangebracht worden om de gehele breedte van deze overloop optimaal te kunnen benutten.

In deze vijver biedt de ondergrond voldoende stabiliteit aan de trap en de overloop. Wanneer de ondergrond minder stabiel is, zal met gestabiliseerd zand de trapvorm opgebouwd moeten worden of zelfs helemaal opmetselen voordat het folie er overheen gaat.
De grondsoort, het grondwaterpeil en de historie van de grond (wat stond er eerder op de plaats van de zwemvijver) zijn factoren die er voor zorgen dat elke vijver in details weer anders aangelegd wordt.